Interview

Dit interview komt uit de Marinjo

Op 12 december 2009 presenteert Servaas Maturbongs zijn verhalenbundel Njong Gogos. Ik 'ontdekte' Servaas zelf een jaar geleden, toen ik voor het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers (LSEM) op zoek was naar dierenverhalen van Molukse schrijvers. Het thema van de Molukse Literaire Middag in maart 2009 was Tjip tjip -- de literaire zoo, en zoekend op internet vond ik het verhaal Kievitsei, een humoristisch verhaal over enkele Molukse jochies die in een Limburgs weiland het eerste kievitsei van het seizoen zoeken, en vinden! We nodigden Servaas op de Molukse Literaire Middag uit, zijn dochter Boya las het verhaal voor en het publiek hing aan haar lippen. Servaas bleek meer verhalen 'in zijn pocket' te hebben en reageerde positief op het idee om contact op te nemen met het SBO-fonds ter bevordering van de Molukse (jeugd)literatuur. De rest is geschiedenis. Tekst: Augustien Souisa

'Het is het eerste of, zoals je wilt, het laatste huis in de Molukse wijk. Er staat een metalen bordes bij de voordeur, vanwaar ik aubades en defilés afneem.' Servaas Maturbongs is, getuige dit citaat, niet gespeend van zelfspot. Een aantal jaren terug kreeg hij een herseninfarct, waardoor er aan het huis allerlei aanpassingen moesten worden gedaan. Het huis was dankzij zijn aanwijzing gemakkelijk te vinden. Het staat in een Molukse wijk in Zuid-Limburg waar hij samen met zijn vrouw en tww dochters woont. Maturbongs is van Keiëse afkomst. Hij heeft jarenlang als sociaalcultureel werker bij een Molukse welzijnsinstelling gewerkt, totdat hij werd getroffen door een infarct. Servaas: 'Ondanks de sombere voorspellingen van de medici heb ik het overleefd en met de hulp van mijn gezin ben ik overeind gekrabbeld. Ik loop weer en mijn verstand is helderder en scherper dan ooit.' Het schrijven van verhalen beschouwt hij als hersengymnastiek. Ik praat met hem over hoe hij tot het schrijven van de verhalenbundel Njong gogos is gekomen.

Wanneer ben je begonnen met schrijven?
'Al op de lagere school. Dat komt omdat ik vind dat ik beter schrijf dan praat. Het fijne van schrijven is dat je fouten kunt corrigeren. Bovendien wilde ik graag een vliegende reporter worden, die reportages maakt over spannende gebeurtenissen. Ik was goed in het schrijven van opstellen. Ik kan me nog goed herinneren dat we voor het schrijven van een opstel een titel opkregen. We moesten een verhaal schrijven bij de titel Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar ik begreep niet dat het een gezegde was. Daarom schreef ik een verhaal over een kat die een ongeluk veroorzaakte in de hoek van een kamer. Maar het verhaal was goed. Later werkte ik voor de Molukse gemeenschap bij een Nederlandse welzijnsinstelling waar ik me ontwikkelde tot de belangrijkste schrijver van beleidsplannen, jaarrapporten, subsidieaanvragen en persberichten. In die functie redigeerde ik ook teksten van collega's. Ik beleefde heel veel genoegen aan het met rode pen of viltstift corrigeren van hun teksten.'

Werd lezen thuis gestimuleerd?
'Jazeker! Bovendien lagen bij ons thuis de boeken van broers en zusters gewoon in de huiskamer. Als anderen bij ons thuis kwamen, dan viel het hen op dat er veel boeken op tafel lagen. We waren ook lid van de bibliotheek, wat destijds onder Molukkers zeldzaam was. Ik ben nog steeds lid van de bieb. Ik ga er minstens één keer per week naar toe om te lezen en thee te drinken. Als kind las ik heel graag boeken zoals De Kameleon, een jeugdboekserie over de avontueren van Sietse en Hielke, Arendsoog en stripverhalen over Archie, de man van staal. Ook zat ik vaak met mijn neus in de Grote Bosatlas en in de studieboeken van mijn broers en zusters.'

Welke schrijvers spreken tot je verbeelding?
'Dat zijn Kees van Kooten, Bob den Uyl en Jules Deelder. Het cynische en zelfspot van deze schrijvers boeien me, ze schrijven herkenbare dingen die mij erg aanspreken.'

Wat was je drijfveer om te gaan schrijven?
'Het aan de kaak stellen van onrecht. Daar is het schrijven mee begonnen. Vroeger schreef ik in het werklozenkrantje van Molukkers en in een schoolkrant. Ik protesteerde toen vaak tegen de Nederlandse heersende klasse. In mijn artikelen schreef ik over jezelf sterk maken of over hoe belangrijk je Moluks-zijn is. Ook schreef ik graag over hoe belangrijk het is om voor jezelf op te komen en om terug te vechten. De boodschap was: neem niet een afwachtende of berustende houding aan.'

Welke thema's komen in je verhalen voor?
'De Molukse achtergrond. Wat we ook willen, we raken die achtergrond niet kwijt, je culturele bagage blijft je achtervolgen, je komt er nooit van af, al zou je het willen. Maar neem niet alles serieus, we meoten leren om meer te relativeren. Ik heb op internet veel van dit soort verhalen geplaatst en krijg meestal leuke reacties van de internetlezers. Verder vind ik naast relativeringsvermogen ook zelfspot gezond voor de mens.'

Je komt met je boek uit de anonimiteit, wat vind je daarvan?
'Ik vind dat niet erg. Ik sta voor mijn mening, ook als die afwijkend is. Ik heb over een heleboek dingen een uitgesproken mening. Alleen neem ik nu meer dan vroeger afstand van diverse Molukse heilige huisjes.'

Kun je iets over de voorgeschiedenis van je verhalenbundel zeggen?
'Ik ben nooi van plan geweest de geschiedenis van mijn (Molukse) generatie te beschrijven. Waarom zou ik? Dat kunnen anderen vast beter dan ik. Maar in 2005 kwam ik op een feest in de Molukse wijk in Leerdam vrienden en vriendinnen van vroeger tegen. We ontdekten dat we een gemeenschappelijke geschiedenis hadden waarover weinig is vastgelegd, en zo onstond het idee dat er een boek moest komen over de turbulente jaren zeventig. Een goed idee, maar ik zou dan dat boek moeten schrijven. Dat ging mij te snel. Mijn voorstel was om de groep te formeren die gezamelijk aan zo'n boek zou werken. Helaas is het er door allerlei omstandigheden niet van gekomen om als groep te schrijven. Ik heb toen zelf maar de pen ter hand genomen, verhalen geschreven en verschillende daarvan op internet geplaatst. Zo is het LSEM mij op het spoor gekomen en heb ik besloten om de verhalen te bundelen in een boek. De verhalen geven een beeld van de tijd waarin de tweede generatie Molukkers is opgegroeid. Ik beschrijf anekdotes uit mijn jeugd en 'avonturen' die ik met vrienden beleefde. Ook heb ik verhalen geschreven die bepaalde zaken uit de Molukse samenleving aan de kaak stelden.'

Waarom heet het boek Njong gogos?
'Ik ben die njong gogos, zo werd ik vroeger wel eens genoemd. Het betekent zoiets als ondanks alles is hij toch wel een goede jongen. Ik had een bepaalde reputatie, maar omdat ik mensen hielp, bijvoorbeeld met formulieren invullen, de tuin onderhouden en boodschappen doen, vond men mij desondanks een jongen met goede inborst. Een njong gogos.'